In de steenkuip bevinden zich twee molenstenen.
De onderste ligt vast, de ligger.
De bovenste, de loper, draait en wordt aangedreven door het staakijzer.
Het staakijzer is verbonden met het rondsel. 
 
   De bak om het graan in te schudden noemt men het kaar.
 Een kleine molensteen waarin duidelijk het scherpsel waar te nemen is.
Het scherpsel zorgt ervoor dat het gemalen graan naar buiten gedreven wordt.